Leren leren: 2de tot 6de leerjaar

Een zevental keer per jaar krijgen de kinderen van het 2detot het 6de leerjaar bezoek van ‘Lucky Day’. Hij  is een felle, uit de kluiten gewassen, enthousiaste kerel, die telkens een opdracht tot een goed einde moet brengen.  Soms lukt hem dat heel goed en dan zegt hij met zijn alom gekende handgebaar en brede glimlach : ‘It’s my lucky day today!’  Af en toe slaat hij de bal echter helemaal mis en dan kan hij toch zo beteuterd kijken. Vraag je je af wat dit allemaal te betekenen heeft? We geven graag een woordje uitleg.

 

Het hele  ‘Lucky-day-gedoe’ kadert in het project ‘leren leren’, dat de grondslag biedt voor een goede werkhouding. We willen dat onze kinderen gerichter een taak of een probleem aanpakken en dat zij bewuster met hun talenten en vaardigheden leren omgaan. Dit is niet alleen nuttig in de klas maar zeker ook thuis, op straat, in de hobbyclub,….

We haalden onze mosterd in het VELOO-project, een nascholing die door bijna alle leerkrachten van de lagere school gevolgd werd. VELOO staat voor : ‘Verrijkende elementen voor leren, onderwijzen en opvoeden.’(prof. Reuven Feuerstein).  Het project omvat 13 bouwstenen voor het denken en 7 goede leerhoudingen. Wij selecteerden de 7 belangrijkste, deze waarvan wij vinden dat ze voor de kinderen vaak een struikelblok vormen.

 

Hoe pakken we het aan?

 

Zeven keer per schooljaar  komen de kinderen van het 2de tot het 6de leerjaar samen in de refter om te kijken hoe Lucky Day zijn opdracht tot een goed einde probeert te brengen. Daarna worden de ervaringen van Lucky Day  besproken in de klas. De leerlingen vertellen wat er te zien was. Op die manier wordt het gewenste denkgedrag in de verf gezet. De slogan en tekening krijgen een plaats in de klas en er wordt gedurende een periode van 1 à 2 maand in allerhande situaties naar verwezen. Ook thuis kunnen bepaalde bouwstenen aan bod komen. In deze rubriek ‘leren leren’ vind je meer uitleg over elk werkpunt, de slogan en de tekening. We geven er ook –uiteraard vrijblijvend - tips om het geleerde thuis toe te passen.  Het is uiteraard niet de bedoeling dat je “schooltje gaat spelen” met je kind. (Dat doen wij wel en heel graag zelfs!) Je kan, indien je het wil, deze zaken op een spontane manier aan bod laten komen.

Om het geheel rond te maken, voorzien wij in  het leefrapport  een onderdeel waarin wij de werkhouding van de kinderen evalueren. Zo krijgen ouders ook een zicht op het functioneren van hun kind op school voor een bepaald onderdeel van een goede werkhouding.

Volgende werkpunten komen aan bod : 

1. nauwkeurig waarnemen  (september)

Slogan : "Kijken, luisteren doe ik goed. Dan weet ik hoe het verder moet!" (2de en 3de leerjaar)

Slogen : "Ik kijk systematisch uit mijn doppen, dan laat ik mij niet foppen!" (4de, 5de en 6de leerjaar)

2. planmatig werken (oktober)

Slogan : "Met een plan, toon ik beter wat ik kan." (2de en 3de leerjaar)

Slogan : "Ik toon beter wat ik kan als ik werk met een stappenplan!" (4de, 5de en 6de leerjaar)

3. controleren (november -december)

Slogan : "Mijn werk is pas gereed als ik de controle deed!"

 

 

4. taalvaardigheid (januari)

Slogan :"Als ik precies zeg of schrijf wat ik bedoel, trekt de ander geen raar smoel!"

 

 

5. aandacht richten (februar-maart) 

Slogan :"Ik hou mijn aandacht bij de zaak, dat helpt me bij mijn taak."

 

 

6. bekwaamheidsgevoel (april - mei)

Slogan :"Al weet ik niet of ik het kan, ik maak er steeds het beste van!"

 

 

7. geheugen (juni - niet voor het 2de leerjaar)

Slogan :"Aan je geheugen moet je timmeren, wil je je dingen herinneren!"